Wanneer ben je echt zelfstandig, en wanneer werk je eigenlijk gewoon als werknemer? Over die vraag doet Nederland al een kwart eeuw moeilijk. Eerst was er de VAR, daarna de Wet DBA. Nu ligt er een nieuw voorstel: de Zelfstandigenwet. Die moet in januari 2028 ingaan.
Om te snappen wat er straks verandert, helpt het om te weten waar we vandaan komen. We lopen de drie stelsels langs, en zetten op een rij wat je nu al kunt doen.
De VAR: een verklaring vooraf (2001–2016)
VAR staat voor Verklaring arbeidsrelatie. De verklaring kwam er op 1 januari 2001, tegelijk met de nieuwe Wet inkomstenbelasting 2001. Als opdrachtnemer vroeg je de VAR zelf aan bij de Belastingdienst. Die gaf vooraf een oordeel over hoe jouw inkomsten belast zouden worden. Er waren vier soorten:
- VAR-wuo: winst uit onderneming, dus ondernemer;
- VAR-dga: je werkte voor rekening en risico van je eigen bv;
- VAR-row: resultaat uit overige werkzaamheden, zoals bijverdiensten;
- VAR-loon: je inkomsten golden als loon uit dienstbetrekking.
Vanaf 2005 kreeg de VAR meer gewicht. Had je een VAR-wuo of VAR-dga, dan was je opdrachtgever gevrijwaard van loonheffingen, mits hij een kopie van de verklaring en je identiteitsbewijs bewaarde en het werk overeenkwam met wat er op de VAR stond. Dat staat in de memorie van toelichting bij de Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR (opent in een nieuw tabblad).
Het nadeel: de Belastingdienst oordeelde op basis van wat de opdrachtnemer zelf invulde, en de opdrachtgever droeg geen enkel risico. Hoe er in de praktijk werd gewerkt, speelde nauwelijks een rol. Critici spraken van schijnzekerheid. Op 1 mei 2016 verdween de VAR.
De Wet DBA: samen verantwoordelijk (vanaf 2016)
De VAR werd vervangen door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, kortweg Wet DBA. Het grote verschil: opdrachtgever en opdrachtnemer zijn sinds 1 mei 2016 samen verantwoordelijk voor de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking. Dat staat in de memorie van toelichting bij de Wet DBA (opent in een nieuw tabblad).
Een verklaring vooraf kwam er niet meer. In plaats daarvan kwamen er modelovereenkomsten: voorbeeldcontracten die de Belastingdienst beoordeelt. Werk je volgens zo'n overeenkomst, en werk je in de praktijk ook zo, dan hoeft je opdrachtgever geen loonheffingen in te houden.
Een moratorium van ruim acht jaar
De Wet DBA zorgde direct voor onrust. Opdrachtgevers wisten niet goed waar ze aan toe waren, en de modelovereenkomsten gaven minder zekerheid dan de VAR. Daarom kwam er in november 2016 een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst hield wel toezicht, maar corrigeerde in principe niet met terugwerkende kracht. Alleen bij kwaadwillendheid, of als iemand gegeven aanwijzingen niet opvolgde, trad de Belastingdienst wel op. Het moratorium werd keer op keer verlengd.
Op 1 januari 2025 kwam er een einde aan. Sindsdien handhaaft de Belastingdienst weer volledig (opent in een nieuw tabblad), met een zachte landing: naheffingen gaan niet verder terug dan 1 januari 2025, en wie in 2025 aantoonbaar stappen zette om schijnzelfstandigheid te voorkomen, kreeg geen vergrijpboete. Meer over de aanpak lees je bij de Belastingdienst (opent in een nieuw tabblad).
Handhaving in 2026
Ook in 2026 is er nog een deel van die zachte landing. Volgens een Kamerbrief over de handhaving (opent in een nieuw tabblad) legt de Belastingdienst dit jaar geen verzuimboetes op en begint een controle in principe met een bedrijfsbezoek. Vergrijpboetes, bij opzet of grove schuld, zijn sinds 2026 wel weer mogelijk. Vanaf 1 januari 2027 vervallen ook de laatste versoepelingen.
Tussenstap: het rechtsvermoeden onder € 38 per uur
In maart 2026 koos het kabinet (opent in een nieuw tabblad) ervoor om het eerdere wetsvoorstel VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) grotendeels in te ruilen voor de Zelfstandigenwet. Eén onderdeel ging wel door: het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst voor zzp'ers die minder dan € 38 per uur verdienen (peildatum 1 januari 2026). Verdien je minder, dan kun je makkelijker aanspraak maken op een arbeidsovereenkomst. Het is dan aan de opdrachtgever om te laten zien dat er geen sprake is van een dienstverband.
De wet is aangenomen (opent in een nieuw tabblad) en treedt op 31 december 2026 in werking (opent in een nieuw tabblad).
